Het Spaanse centrum aan de overkant
Aan de overkant verdwijnen de laatste gebouwen van wat ooit bekend stond als het Spaanse centrum.
In de tijd van Hoogovens woonden daar honderden Spaanse arbeidsmigranten.
Geen gezinnen, maar mannen die naar Nederland kwamen om in de staalindustrie te werken.
In de hoogtijdagen zouden er ongeveer zeshonderd mensen hebben gewoond verdeeld over zo’n honderdtachtig appartementen.
Het complex was in de jaren zeventig al zo ontworpen dat het later relatief eenvoudig kon worden aangepast naar zelfstandige woningen of seniorenhuisvesting voor gepensioneerde Hoogovensmedewerkers.
Maar die toekomst kwam er nooit.
Van arbeidsmigranten naar opvanglocatie
Het terrein kreeg steeds weer een andere functie.
Eerst opvanglocatie voor asielzoekers.
Daarna huisvesting voor statushouders.
Uiteindelijk kocht de gemeente het terrein terug voor ongeveer 17 miljoen euro.
Maar juist daar begint voor veel bewoners de discussie.
Want hoeveel heeft het COA destijds eigenlijk zelf betaald voor het complex?
Dat bedrag lijkt nergens duidelijk terug te vinden.
En precies daardoor blijven vragen hangen.
Was het werkelijk zo dat de gemeente miljoenen moest betalen om het terrein terug te krijgen?
Of is het complex ooit voor een relatief laag of misschien zelfs symbolisch bedrag aan het COA overgedragen?
Het verschil tussen die twee verhalen is enorm.
Want als een terrein ooit goedkoop is overgenomen en later voor tientallen miljoenen wordt teruggekocht met publiek geld, dan begrijpen veel bewoners ook beter waarom er daarna ineens maximale woningbouwdruk ontstaat.
De druk van woningbouw
Vanaf het moment dat de gemeente het terrein terugkocht leek alles vooral om aantallen te draaien.
Er moesten 540 woningen komen. Hoogbouw, verdichting, maximale benutting van het terrein.
Later verdwenen er na protesten en discussie alsnog ongeveer tweehonderd woningen uit de plannen, al blijft bij veel bewoners de twijfel bestaan of dat definitief is.
Want zodra een project financieel onder druk komt te staan, verschijnt vaak opnieuw de discussie over extra woningen.
Mooie woorden en open vragen
Tijdens bewonersbijeenkomsten werd uitgebreid gesproken over leefbaarheid, groen en bereikbaarheid.
Ook parkeren kwam ter sprake.
Volgens de wethouder moeten toekomstige bewoners gebruikmaken van POET — parkeren op eigen terrein.
Op papier klinkt dat logisch.
Alleen vragen veel bewoners zich af hoe dat er over een paar jaar in de praktijk uit zal zien.
Vrijwel iedereen kent voorbeelden van nieuwbouwprojecten waar parkeerdruk uiteindelijk toch verschuift naar de omliggende wijken.
Juist daarom bleef één vraag hangen:
Hoe ga je dat straks handhaven?
Daar kwam geen duidelijk antwoord op.
De angst voor de toekomst
Misschien is dat precies waarom veel bewoners met gemengde gevoelens naar de plannen kijken.
Niet omdat niemand woningen wil.
Maar omdat mensen bang zijn dat mooie woorden vandaag later veranderen in problemen waar de buurt jarenlang mee moet leven.
De oude gebouwen verdwijnen inmiddels stukje bij beetje uit beeld.
Wat ooit begon als huisvesting voor arbeidsmigranten is uitgegroeid tot een dossier van miljoenen euro’s, politieke beloftes en grote woningbouwplannen.
En ergens blijft de vraag hangen of de menselijke maat onderweg niet langzaam verdwenen is tussen alle rekensommen.